Vuelta a España

Favorieten puntentrui

750X500 Landingspage Vuelta

Waar het in de Giro en Tour de sprinters zijn die iedere dag strijd voeren om zo hoog mogelijk te eindigen in het puntenklassement, ligt dat in de Ronde van Spanje net wat anders. In tegenstelling tot de overige grote ronden, waar in vlakke ritten meer punten te rapen vallen, kiest de Vuelta ervoor om in iedere etappe evenveel punten uit te delen. Daardoor is de kans zeer groot dat een klassementsman de trui wint, al hebben de sprinters deze editie hun grootste kans in jaren op groen.


13 augustus 2021 in Wielrennen

De voorbije tien edities van de Vuelta werd het puntenklassement slechts twee keer niet gewonnen door een klassementsman. In 2016 veroverde aanvaller Fabio Felline het groen, met een diepterecord van ‘amper’ 100 punten. John Degenkolb had dan weer aan zijn vier overwinningen in 2014 nét genoeg om de puntentrui veilig te stellen voor de top vier van het eindklassement. De overige winnaars van het voorbije decennium zijn mederecordhouder Alejandro Valverde (2012, 2013, 2015 en 2018), Bauke Mollema (2011) en eindwinnaars Chris Froome (2017) en Primož Roglic (2019 en 2020).

De drie grote topfavorieten voor het groen dit jaar zijn dan ook Primož Roglic (€ 5.500.000) en Alejandro Valverde (€ 3.500.000). Het duo zal strijden voor het eindklassement en dus vaak voorin te vinden zijn. Tegenover de andere klimmers hebben ze het voordeel dat zij over een pak meer explosiviteit, en dus een betere sprint, beschikken. Ook Adam Yates (€ 3.000.000) en Giulio Ciccone (€ 2.500.000) zijn best sprintsnelle klimmers en koersen graag aanvallend. Bij hen is het echter maar de vraag of zij drie weken lang op hoog niveau kunnen blijven, want de puntentrui beloont toch bij uitstek de regelmatige renners.

Ondanks al dat klimgeweld, slaagt een pure sprinter er vaak wel in om zich in de top vijf van het puntenklassement te wurmen. Met minstens zes potentiële massasprints is dit trouwens de meest sprintvriendelijke Vuelta sinds lang. Daardoor is dit voor sprinters de beste kans in jaren om de groene hegemonie van de klassementsmannen te doorbreken.

Op het deelnemersveld zijn er eigenlijk maar twee echte topsprinters terug te vinden, en dat zijn Caleb Ewan (€ 4.500.000) en Arnaud Demare (€ 4.000.000). Beide spurtbommen gingen met de grootste ambities van start in de Ronde van Frankrijk, maar door valpartijen en een ongenadige tijdslimiet verdween het duo al heel snel in de Tour zonder overwinningen. Indien zijn zowel fysiek als mentaal volledig hersteld zijn van die opdoffer, zouden ze wel eens stevig weerwraak kunnen nemen in de Vuelta.

Australië heeft, naast Ewan, nog een snelle troef want ook Michael Matthews (€ 3.000.000) zal zich ongetwijfeld moeien met het puntenklassement. Hoewel een ritzege er in de Tour niet inzat, deed hij het uitstekend in de strijd voor groen waar enkel Mark Cavendish hem voorbleef. In een minder sterk deelnemersveld slaagt Matthews er misschien in om voor het eerst de puntentrui te winnen in de Ronde van Spanje.

Werpt Fabio Jakobsen (€ 3.500.000) zich op als de grote uitdager van de Australiërs en Demare? Het is sowieso een mirakel dat hij, bijna exact een jaar na het dramatische ongeluk, überhaupt aan de start staat van een grote ronde. Jakobsen bewees in 2020 deel uit te maken van de absolute sprinterstop, maar hoeveel van die intrinsieke snelheid is nog aanwezig? Aan de uitstekende lead-out trein van Deceuninck – Quick-Step lijkt niemand anders te kunnen tippen, waardoor Jakobsen vanuit een goede positie aan zijn sprint zal kunnen beginnen.

Even leek het erop dat Marc Sarreau (€ 2.000.000) zich zou ontwikkelen tot de nieuwe Franse topsprinter. Door blessureleed is dat er echter nooit helemaal uitgekomen en ook dit seizoen draait het vierkant. In dit niet al te sterke sprintersveld moet Sarreau er echter in slagen om regelmatig hoog te eindigen in de massasprints.

De taak van sprinter wordt bij BORA – hansgrohe vervuld door toptalent Jordi Meeus (€ 2.000.000). Dat de Belg als neoprof meteen van start mag gaan als toptroef in een grote ronde, bewijst het vertrouwen en enorme geloof van het team in de jonge renner. Meeus wist op het voorbije Belgische kampioenschap nog Tim Merlier af te troeven voor de vierde plek, dus aan snelheid ontbreekt het hem zeker niet!

Naast Meeus staan nog twee rappe Belgen aan het vertrek. De voormalige baanwielrenner Gerben Thijssen (€ 1.000.000) maakte vorig jaar zijn debuut in een grote ronde en won ei zo na meteen een massasprint. Indien kopman Ewan iets zou overkomen, beschikken ze bij Lotto-Soudal dus over een uitstekend sprintalternatief! Bij Cofidis mag Piet Allegaert (€ 1.000.000) mee voor zijn eerste Vuelta. Hoewel hij – in tegenstelling tot Thijssen – geen pure rassprinter is, moet Allegaert met zijn explosiviteit en positioneringsvermogen in staat worden geacht om enkele top 10-noteringen te sprokkelen.

Als belofte was Alberto Dainese (€ 2.000.000) nagenoeg onstuitbaar in vlakke massasprints. De katterappe Italiaan stapte dan ook met hoge verwachtingen over naar de elite, maar kreeg de voorbije twee jaar nog niet al te veel klaar, met slechts één profoverwinning achter zijn naam. Te vaak wordt hij in de steek gelaten door zijn gebrekkig positioneringsvermogen, maar intrinsiek is Dainese een van de allersnelsten aan het vertrek.

Matteo Trentin (€ 3.000.000) kwam in 2017 – ondanks vier ritzeges(!) – amper twee puntjes te kort om het groen te veroveren, maar lijkt niet meer over die snelheid van weleer te beschikken. Daarnaast zal zijn hoofdtaak zijn om kopman Tadej Pogacar uit de problemen te houden, waardoor het goed mogelijk is dat Trentin zich zelfs helemaal niet zal moeien met de massasprints. Zijn landgenoot Andrea Pasqualon (€ 1.500.000) reed in mei een prima Ronde van Italië, waarin nogmaals alles werd bevestigd wat we van Pasqualon weten: een duurzaam type die zich goed weet te positioneren, maar die rauwe snelheid te kort komt om een overwinning te behalen.

Terwijl ze bij Caja Rural rekenen op de snelle benen van de taaie Jon Aberasturi (€ 1.500.000), is bij Euskaltel – Euskadi Juan José Lobato (€ 1.000.000) de vooruitgeschoven pion voor de sprints. Beide Spanjaarden missen absolute topsnelheid, en hun zwakke teams hebben weinig ervaring met een sprintvoorbereiding. Toch lijkt het niet ondenkbaar dat het duo voor een verrassing zorgt bij een sprint (bergop).

Naast de klimmers en pure sprinters staan ook nog een paar all-rounders aan het vertrek, die zichzelf mogelijk ook in de hogere regionen van het puntenklassement fietsen. Het is vooral uitkijken naar alleskunner Tom Pidcock (€ 3.000.000) die naast een goede sprint en tijdrit, ook bergop lange tijd zou moeten kunnen meegaan. Het is echter maar de vraag of hij in het sterrenteam van INEOS veel persoonlijke vrijheid zal krijgen.

Maximilian Schachmann (€ 2.000.000) en Andrea Bagioli (€ 1.000.000) zijn twee uitstekende punchers die misschien wel het groen weten te veroveren zoals Felline het in 2016 deed. Dat beide renners én een sprinter én een klassementsrenner in de ploeg hebben, doet echter vermoeden dat ze te veel punten zullen laten liggen om écht mee te doen. Robbert Stannard (€ 1.000.000) is ook zo’n gelijkaardig type, maar van een iets minder hoog niveau. De talentvolle Australiër kan echter makkelijk uitgroeien tot een van de revelaties van deze Vuelta.


Deel dit artikel
Gamecenter